column van Dirk Jan Bakker, 1 oktober 2010
Geestelijke verzorging in zorginstellingen

Begin jaren tachtig vroeg de Raad van Bestuur mij wat de positie van de geestelijke verzorging binnen ons ziekenhuis zou moeten zijn. Zouden geestelijk verzorgers bij ons in dienst moeten komen of zou deze verantwoordelijkheid bij de verschillende kerkgenootschappen moeten liggen? Mijn antwoord toen was dat dit een verantwoordelijkheid zou moeten zijn van de kerken. De Raad van Bestuur besliste anders. Ik ben hen er tot op de dag van vandaag dankbaar voor.
Waarom? De voortgaande secularisatie en kerkverlating, de individualisering en de ontwikkeling van nieuwe gemeentevormen buiten bestaande kerken zouden de geestelijke verzorging als opdracht voor de bestaande kerken ernstig in gevaar hebben gebracht. Ik heb dat toen onvoldoende ingezien.
Goed geregeld?
Is daarmee de positie van de geestelijke verzorging goed geregeld? Je zou het op het eerste gezicht wel zeggen. In de Kwaliteitswet Zorginstellingen is immers het zogenaamde '24-uurs criterium' opgenomen. Dit houdt in dat patiënten die tenminste 24 uur in een zorginstelling verblijven, recht hebben op geestelijke verzorging als ze dat willen[1]. Toch zet ik mijn vraagtekens.
Uitzendkrachten
De laatste jaren bespeur ik onder invloed van de noodzakelijke bezuinigingen in de zorg een duidelijke tendens tot besparen op de geestelijke verzorging. Zorginstellingen zien deze vorm van zorg steeds vaker als een extra kostenpost in plaats van als integraal onderdeel van goede zorg. En op een kostenpost kun je bezuinigen, bijvoorbeeld door de geestelijke verzorging te “outsourcen”. Dan huur je geestelijk verzorgers, bv. HBO-opgeleide theologen, als uitzendkracht in voor een aantal uren. Dat aantal uren kun je zelf vaststellen en als je wilt tot een minimum beperken.
Vele smaken
Instellingen die de geestelijke verzorging marginaliseren, voeren weleens als reden aan dat voor hen onduidelijk is hoeveel “smaken” geestelijke verzorging je eigenlijk in huis moet halen. Vooral als je met aanzienlijke aantallen allochtone patiënten te maken hebt. Hoort naast de protestantse, katholieke en humanistische geestelijk verzorger ook de imam, de pandit, de bonoman of een andere stroming een plaats te krijgen? Moet je hen dan ook in dienst nemen? Hoever moet je hierin gaan?
Vreemde eenden
Laten we wel wezen, dit zijn natuurlijk reële vragen. Vragen die nog klemmender worden nu we moeten rekenen met nog veel meer bezuinigingen in de nabije toekomst. Natuurlijk vraagt dit enerzijds een strijdbare houding van ons om de geestelijke dimensie in de zorg te waarborgen door het principiële belang ervan te belichten, zowel richting politiek als richting zorgverzekeraars. Maar het legt wat mij betreft ook een verplichting op de geestelijk verzorgers zelf. Ze moeten ervoor zorgen niet langer als betrekkelijke buitenstaanders, als vreemde eenden in de zorgbijt, gezien te worden (en zo hun werk te doen), maar als volwaardige medewerkers van de instelling. Dat ook hun gevraagd wordt in maat en getal verantwoording af te leggen van hun werk, vind ik helemaal niet gek. Dat doen anderen toch ook? Ik pleit er bovendien voor dat zij, waar mogelijk, onderzoek doen naar de behoefte aan geestelijke verzorging en de invloed daarvan op gezondheid en welzijn van de zieken. Zodat zij ook feitelijk het belang van hun aanwezigheid binnen de zorginstelling kunnen aantonen.
Twee rollen
Ik zie de geestelijk verzorger kortom graag in twee rollen functioneren. Enerzijds als veilige haven buiten de dagelijkse hectiek in het ziekenhuis. Iemand bij wie de patiënt even tot zichzelf kan komen en niet flink hoeft te zijn, maar zich kwetsbaar kan opstellen. Anderzijds als een zelfbewuste specialist in het geheel van de zorginstelling, die ertoe doet en die zijn eigen plek heeft verdiend tussen en met alle andere zorgverleners.
Dr. D.J. Bakker
[1] Zo’n verblijf langer dan 24 uur komt overigens steeds minder voor. Ingewikkelde en behoorlijk ingrijpende behandelingen kunnen in toenemende mate in dagbehandeling worden gedaan en soms zelfs poliklinisch. Bestaat bij deze patiënten dan geen behoefte aan geestelijke verzorging? Jazeker, een door ons bij patiënten in dagbehandeling uitgevoerd onderzoek toonde die behoefte duidelijk aan. Aan die vraag kan echter lang niet altijd worden voldaan met de beschikbare mensen.