column van Arie Kars, 22 juli 2011
En nu de praktijk!
Op zaterdag 8 oktober 2011 is het weer zo ver: het 2e congres Geloof in Zorg! houden we in Houten. Het succes van ons vorige congres op 27 en 28 oktober 2010 stimuleerde ons om al weer een jaar later een 2e te organiseren. Dit keer is het één dag, op een zaterdag, maar volgend jaar, in 2012 hopen we weer een congres van 2 dagen te organiseren: op 5 en 6 oktober 2012. Noteer alvast in je agenda!
Het thema is “Christen zijn in de zorg: en nu de praktijk”. Achter dit thema zitten best wel prikkelende vragen. Zoals wanneer deel je je geloof met een patiënt? In welke fase van zijn ziekte zit de patiënt, staat hij er open voor of is er juist geslotenheid. Kom je niet te dichtbij wanneer je ook over je eigen geloof spreekt en wat zeg je dan wel of juist niet?
Het beleidsmatig gesprek over het christen zijn in de zorg, op een meer beschouwende manier, is nog heel wat anders dan wanneer je oog in oog staat met een patiënt of cliënt die worstelt met levensvragen en zich op jou richt met een al dan niet uitgesproken vraag.
Dat laatste overkwam me vanmorgen.
Ik bezocht één van onze verpleeghuizen, waarin we kleinschalige zorg verlenen. ’s Morgens vroeg, kort voor de overdracht van het nachthoofd aan het team van de dag, meldde ik me aan de deur van het complex. Na binnenkomst voegde ik me al snel bij het team dat zich op de dag voorbereidde. De overdracht was snel gedaan en alle medewerkers spoedden zich naar hun cliënten. Ik mocht mee met José, de verzorgende die de medicatie aan de bewoners zou toedienen. We liepen door het pand, spraken zachtjes met elkaar en voorzichtig klopte ze aan bij één van de voordeuren. De deur ernaast stond al open. Door een kier kon ik zien dat de bewoonster al op was, aangekleed in een zwarte jurk en wachtte op de verzorging van haar haar. Ik klopte op de deur en vroeg of ik even naar binnen mocht. Ze heette me welkom en schoof een stoel aan. Ik maakte me bekend: “Ik ben Arie Kars, directeur van Zorggroep Rijnmond en ik breng een bezoekje aan deze locatie. Mag ik even bij u gaan zitten?”. Ze knikte. Ik vroeg of ze goed geslapen had. Weer knikte ze terwijl ze probeerde een antwoord te geven. De woorden kwamen met horten en stoten, amper verstaanbaar. Soms met stemverheffing als ware het een gesloten deur die ze met kracht open wilde praten. “’t Is wat!” zei ze keer op keer. Ik taxeerde haar verstoorde spreken het gevolg te zijn van een CVA. Ook haar arm en been kon ze niet goed meer bewegen. Ze probeerde het wel, maar de coördinatie ontbrak. Ze was zich ervan bewust, want ze zei weer “’t is wat!”
Op tafel lag de Bijbel. Ik keek ernaar en vroeg haar of ze gelovig was. Ze probeerde me iets duidelijk te maken, waaruit ik afleidde dat ze het geloof wel gepredikt had gekregen en had gehoord, maar dat het nog niet was ingedaald in haar hart. Ze was vertwijfeld. Zonder het te weten vermoedde ik dat mevrouw niet de vrijmoedigheid had zich het heil toe te eigenen van de verlossing door het verzoenend sterven en opstaan van Jezus Christus. Veel bewoners van deze kleinschalige woonvorm zijn afkomstig uit de gereformeerde gezindte. Bij velen geldt twijfel of onzekerheid over de redding door het bloed van Christus.
“Mag ik een gedeelte uit de Bijbel met u lezen” vroeg ik. Ze knikte. Ik zocht Psalm 23 en las het luid en duidelijk voor. Toen ik klaar was keek ik haar aan. Ze was rustiger geworden. “Mag ik met u bidden?”. Ze schoof haar handen naar voren en ik legde de mijne erop. Ik dankte God voor het offer van Jezus Christus, waardoor we verzoening met de Vader gekregen hebben, ook voor deze mevrouw. Na het “amen” zag ik een kleine, bescheiden glimlach op haar gezicht. Veel zei ze niet meer.
Ik verliet haar kamer, verrast door deze onverwachte ontmoeting in de vroege morgen.
Ons Congres biedt ruimte om deze ontmoetingen en ervaringen met elkaar te delen. Onze aarzelingen en vragen, maar ook onze momenten van vreugde en dankbaarheid, ter bemoediging aan elkaar.
Ik heet u graag welkom op de 8e oktober!
Arie Kars
Voorzitter Christen in de gezondheidszorg
Directeur van Zorggroep Rijnmond