Paul Lieverse schrijft een column

woensdag 2 mei 2012

Als u benieuwd naar ons congres in oktober, dan vindt u op deze website alle informatie die u...

LEES MEER >

Wim Eikelboom schrijft een column

donderdag 5 april 2012

Een mooiere keuze bij Pasen is nauwelijks denkbaar. Want terwijl Pasen wordt ingezet met de...

LEES MEER >
Meer nieuws >

Comité van aanbeveling:

  • Ds. O.E. Bottenbley
  • Mgr.dr. W.J. Eijk
  • Prof.dr. F.W.J. Gribnau
  • Dr. E.P. de Jong
  • Drs. H.J. Kaiser
  • Drs. A.G. Knevel
  • Prof.dr. R. Kuiper
  • Mevr.drs. M.J.T. Martens
  • Prof.dr. J.W. Oosterhuis
  • Dr. A.J. Plaisier
  • Prof.dr. D. Post
  • Prof.dr.ir. E. Schuurman
  • Mr. C.G. van der Staaij
  • Br.dr. R.P.E. Stockman
  • Mevr. Sabine Uitslag
  • Lt.-kol. mevr.dr. C.A. Voorham
  • Drs. F.J.M. Werner
  • Ds. J. Wessels
  • Mevr.drs. E.E. Wiegman-van Meppelen Scheppink

presentatie van Prof.dr. Cor Spreeuwenberg (27 oktober 2010)

Werken aan toekomstbestendige zorg

Tot zeer kort geleden bestond er geen recht op maar voor christenen wel een plicht tot zorg. Deze zorg werd in onze wereld voornamelijk georganiseerd door de kerken. Pas met de opkomst van de welvaartsstaat halverwege de vorige eeuw is er een afdwingbaar recht op zorg ontstaan en werd formeel gesteld dat zorg algemeen toegankelijk dient te zijn.

Zorg werd in toenemende mate niet meer geboden vanuit roeping en barmhartigheid maar op grond van erkende deskundigheid. Ondanks dat het zorgaanbod inhoudelijk effectiever en doelmatiger is geworden, overtreft de vraag in kwantitatieve zin nog steeds het aanbod. Dit fenomeen maakt dat het aanbod zich kan permitteren om de vraag te sturen in plaats van andersom.

De grenzen van de zorg worden niet bepaald door de vraag maar door de stand van wetenschap en technologie, de beschikbare middelen en mensen en de in wet, regelgeving en uitvoeringspraktijk vastgelegde sturingsmechanismen.

Wetenschap en technologie maken steeds meer mogelijk. Het pijnlijke is echter dat de diagnostische mogelijkheden de therapeutische realiteit zullen blijven overheersen. De omvang van voor de zorg beschikbare middelen zal daarbij steeds meer achterblijven bij de behoefte en het in balans brengen en houden van aanbod en vraag zal steeds stringentere regelgeving vergen en mogelijk zelfs stuiten op de grenzen van beheersbaarheid.

Daarbij verandert het object van zorg, de lijdende mens, eveneens. Hij en zij zullen toegang hebben tot steeds krachtiger kennisbronnen en zullen steeds meer eisen stellen aan het zorgpakket en de zorgverleners. Het aantal mensen dat lijdt zal door de dubbele vergrijzing in zowel absolute als relatieve zin toenemen.

Juist om voor mensen die daar niet zonder kunnen verantwoord zorg te kunnen blijven leveren, zal deze zorg toekomstbestendig moeten worden ingericht. Dat wil zeggen: gericht op eigen verantwoordelijkheid en ondersteuning waar dat noodzakelijk is, dus zonder overbodige zorg en pamperen. Dit kan naar mijn overtuiging alleen als het geheime wapen van de zorgverlening – de beschikbaarheid van gemotiveerd en deskundig personeel dat zich richt op de lijdende mens – optimaal wordt uitgebuit en benut. Dat kan door communicatie, organisatie en deskundigheid centraal te stellen met als doel de kwaliteit van leven zo lang en goed mogelijk in stand te houden.

Communicatie dient er in de eerste plaats te zijn tussen patiënt en zorgverlener, gericht op productieve interactie. De zorgverlener dient te informeren, stimuleren, activeren en natuurlijk waar dat noodzakelijk is deskundig te handelen. Dit houdt in dat de patiënt niet alleen rechten heeft maar ook plichten en dat hij of zij daarop kan en zal worden aangesproken. Communicatie dient er ook te zijn tussen de zorgverleners en tussen zorgverleners en de leidinggevenden. Deze communicatie dient persoonsgericht en functioneel te zijn.

Organisatie begint bij de patiënt. Voor hem of haar is één centrale zorgverlener beschikbaar die met de patiënt het zorgplan opstelt en de uitvoering ervan bewaakt. Deze persoon is ten opzichte van de patiënt het front-office en regelt de gang van zaken in het back-office waartoe de andere bij de zorg betrokkenen behoren. De leiding van de organisatie zorgt voor kloppende en uitvoerbare procedures hiervoor. Taaktoewijzing en taakafbakening gebeuren op basis van concrete kennis en vaardigheden om de taken uit te voeren en niet op basis van traditionele professionele domeinen.

Ook de ondersteuning begint bij de patiënt. Voor hem of haar wordt gezorgd voor (toegang tot) up-to-date en hanteerbare technologie voor informatie, bewaking en ondersteuning. Technologie wordt ook gehanteerd voor organisatie van de behandeling en begeleiding in de zin van beslissingsondersteuning, communicatie etcetera

Wet- en regelgeving en de inrichting van de gezondheidszorg moet op het bovenstaande zijn ingericht.

Om het bovenstaande te verwezenlijken heeft de Wereldgezondheidsorgisatie (WHO) het door Wagner ontwikkelde Chronic Care Model geadopteerd dat – zij het in aangepaste vorm – ook bruikbaar is voor de zorg verlening aan ouderen, mensen met kanker, gehandicapten en overige langdurige zorg behoeftigen.

Het kader voor zorgstandaarden dat een breed samengestelde commissie van ZonMw aan de minister van VWS heeft voorgelegd is gebaseerd op dit Chronic Care Model. De uitdaging voor de komende jaren is dit kader handen en voeten te geven en in de praktijk te implementeren. Als gebeurt wat nodig is, zal dit verregaande consequenties hebben voor de inrichting van ons gezondheidsstelsel op micro-, meso-, en macroniveau, het financieringssysteem en de opleidingen.

Invoering van het kader zal nooit de finale oplossing bieden. Er zal altijd meer nodig zijn – denk alleen maar aan het manpowerprobleem – maar het biedt mijns inziens de beste kans op een toekomstbestendige gezondheidszorg voor de mens die echt lijdt.

lijst sonsors Noaber Foundation VitaValley Lelie zorggroep Zorggroep Rijnmond Curadomi Agathos thuiszorg De Driehoek, christelijke GGZ Zorggroep Charim